maandag 15 december 2008

steeds weer het zelfde leerdoel!

Ik heb best wel een probleem met initiatief te nemen.
Dit heb ik ook elke keer weer als leerdoel voor me zelf.
Mijn begeleidster vind ook dat ik dit moet doen en niet bang moet zijn om iets verkeerd te doen.
het punt is juist dat ik me daar dus wel druk om maak, hier zit een lange geschiedenis achter die begon op de bassisschool. Ik vond mezelf altijd dom, omdat ik niet goed kon lezen als anderen en ook problemen had met klok kijken, hoofdrekenen en nog meer dingen. Ik ben ook nooit AVI uit gekomen. Ik had door al die dingen weinig zelfvetrouwen en ik wilde nooit naar school. in groep acht werd pas duidelijk waarom ik zo ver achter met die dingen liep, ik had Dyslexie. het komt in mijn familie meer voor, maar de school vond dat er daarom geen testen nodig waren. ik ben op de bassisschool niet geholpen met mijn dyslexie, dit gebeurde pas op de in de eerste en de tweede. Maar de dyslexie is niet de enige reden waarom ik moeilijk initiatief druf te nemen, ik ben op de basisschool en op de middelbare school gepest waardoor mijn zelfvertrouwen nog meer omlaag ging. Dit is zeker 4 jaar door gegaan.

Eerst vond ik het dus heel moeilijk om initiatief te nemen op stage. Maar nu heb ik er minder moeite mee omdat ik niet meer bang ben dat ik iets fout doe want van je fouten kun je leren.

Activiteitenschema van stoplicht maken

dit activiteiten schema heb ik uit gevoerd in het begin van mijn stage:

Activiteit: stoplicht maken
Doelgroep:
0 tot 4

Voorbereiding
1.Doelgroep: beginsituatie
ik ga met 2 kinderen van drie jaar oud een werk je maken.

2. Doelstelling voor de groep:
-hun bekent maken met het thema verkeer
-kleuren kennen
-fijne motoriek verbeteren

3. Doelstelling voor jezelf als begeleider:
- de kinderen complimentjes geven
- goed uitleggen wat de bedoeling is

4. Tijdsplanning – tijdstip – ruimte:
10 minuten voorbereiding en uitleg
20 minuten uitvoering
10 minuten opruimen en afsluiting

5. Benodigdheden:
-kleurplaat van stoplicht
- verf rood, groen en zwart

Planning
6. Inleiding:
we gaan vandaag stoplichten schilderen hier bij moet er een
rondje rood en het andere groen worden geverfd.

7. Uitleg:
eerst gaan we het eerste licht groen verven. En daarna het rode
licht en op de paal komt de kleur zwart.

8. Variaties:
-verkeersborden maken.
-je kunt het wc rolletje beplakken met zwart papier en de
lampen uit laten prikken en daar vloeipapier achter te doen.

9. Aanwijzingen:
-de kinderen de kleuren niet laten mengen.
-complimenten geven als het klaar is.

10. afsluiting van de activiteit / terugkoppelingsvragen:
- weten jullie wat je moet doen als het stoplicht op rood staat?
- en wat als het op groen staat?
- wat vind je nog meer op straat?

Ik heb het uiteindelijk met 2 kinderen gedaan zij vonden heel leuk en ze wisten ook wat ze moesten doen als het stoplicht op rood staat, maar ook als het op groen staat.
Mijn begeleidster zei dat ik mijn voorbereiding beter moest doen omdat ik niet alles voor de tijd klaar hadt. verder vond ze het wel een leuke opdracht en dat ik het leuk hadt gedaan.

zondag 14 december 2008

Uitgevoerde activiteit

Deze activiteit heb ik met de kinderen gedaan en ze vonden het leuk om te doen mischien kun je dit gebruiken om zelf te proberen.

Activiteit: Spiegeldansen
Doelgroep: 0 tot 4 jaar


Voorbereiding
1.Doelgroep: beginsituatie
2 kinderen van de leeftijd 2 tot bijna 4 jaar, kan zowel jongens
als meisjes

2. Doelstelling voor de groep:
- het imiteren van anderen
- grove motoriek verbeteren
- lichamelijke beweging krijgen

3. Doelstelling voor jezelf als begeleider:
- de bewegingen niet te moeilijk maken.
- het kind stimuleren om mee te doen

4. Tijdsplanning – tijdstip – ruimte:
5 minuten voorbereiding, uitleg
10 minuten uitvoering
5 minuten afsluiting

5. Benodigdheden:
- een spiegel

Planning
6. Inleiding:
met een kind voor de spiegel gaan zitten.

7. Uitleg:
als je met het kind voor de spiegel zit dan kun je het kind vragen
of hij je na wil doen, of dat jij hem na wil doen. Je kunt dan
gekke gezichten trekken of met je armen en benen bewegen en
elkaar dan na doen.
8. Variaties:
-met een baby en dan zijn armen en benen zachtjes bewegen.
-tegen over elkaar gaan staan en dan elkaar na doen

9. Aanwijzingen:
- je kunt ook gekke gezichten trekken.
- je mag je hele lichaam gebruiken.

10. afsluiting van de activiteit / terugkoppelingsvragen:
-wat vond je het leukste om na te doen?
-heb ik je goed na gedaan?

Het beleid van de SKE

Pedagogisch beleid
SKE vindt het belangrijk dat kinderen in de kinderopvang zich veilig en vertrouwd voelen en dat ze er met plezier gebruik van maken. Naast het opvangen en verzorgen van kinderen heeft de kinderopvang een opvoedende taak.

ALGEMEEN PEDAGOGISCH BELEIDSPLAN
De volgende 4 pedagogische basisdoelen heeft SKE nader uitgewerkt in het Algemeen Pedagogisch Beleidsplan.
- Het bieden van een gevoel van emotionele veiligheid.
- Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van persoonlijke competentie.
- Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van sociale competentie.
- De kans om zich waarden en normen eigen te maken.

Emotionele veiligheid
Het eerste pedagogische doel is "Emotionele Veiligheid". Het is belangrijk dat een kind zich veilig en vertrouwd voelt in de groep.
Een vast team van leidsters biedt stabiliteit en daarmee veiligheid. De kinderen weten waar ze aan toe zijn en wat ze van hen kunnen verwachten.
Voor de wat oudere kinderen is het aangaan van relaties en vriendschappen belangrijk. Als het kind weet dat zijn vriendje van het kindercentrum er ook is, draagt dit mede bij aan stabiliteit en daarmee aan de emotionele veiligheid.
Ook de ruimte is belangrijk. De omgeving in het kindercentrum is voorspelbaar en overzichtelijk. Het speelgoed ligt bijvoorbeeld op een vaste plek. Dit is voor de kinderen een vertrouwd uitgangspunt om op ontdekking te gaan.
De rituelen en dagindeling in de groep geven de kinderen houvast. Het ordent de dag en de kinderen weten waar ze aan toe zijn. Eerst samen een liedje zingen en daarna fruit eten!
Leidsters voelen een kind aan en reageren daarop; de zgn. sensitieve responsiviteit. Bij baby's reageren de leidsters bijvoorbeeld op lichaamstaal, houding en oogcontact. Deze interacties tussen leidster en kind zorgen ervoor dat het kind zich gesteund en begrepen voelt.

Persoonlijke competentie
Het tweede pedagogische doel is "Persoonlijke Competentie". Door te spelen leren kinderen veel. Kinderen ontdekken vanuit nieuwsgierigheid of behoefte. Het is belangrijk dat de omgeving van het kind daarvoor voldoende mogelijkheden biedt. Het kindercentrum als omgeving biedt 4 belangrijke elementen om de persoonlijke competentie te ontwikkelen:
De leidster
Zij stimuleert het kind in zijn spel en ontdekkingsreis, ze moedigt het kind aan, ze geeft complimentjes, ze stimuleert het kind om met de groep mee te doen. Ze maakt het kind bewust van eigen talenten en capaciteiten. Daarnaast ondersteunt ze het kind door het te troosten, te helpen, te oefenen.
De groep
Het kind speelt, maakt ruzie, sluit vriendschappen, eet en slaapt in de groep. Het is belangrijk dat het kind zich kan herkennen in een groep. De vaste vriendjes in de groep en het spelen en werken in kleine groepjes zorgen ervoor dat een kind zich binnen de groep veilig en gewaardeerd voelt.
Het spelmateriaal
Er is een gevarieerd aanbod van middelen en materialen aanwezig dat aansluit bij de behoefte van het kind. Het daagt kinderen uit om te oefenen en een stapje verder te gaan in hun creativiteit, talent, fantasie en doorzettingsvermogen.
Spelaanbod en activiteiten
Een gevarieerd aanbod van spel en activiteiten moet aansluiten bij de groep maar ook mogelijkheden bieden voor het individuele kind.

Sociale competentie
Het derde pedagogische doel is "Sociale Competentie". Het functioneren in de groep is een oefening om later in sociaal opzicht goed te kunnen functioneren in de samenleving. Het is belangrijk dat je je als mens in een ander kunt verplaatsen, dat je kan samenwerken, anderen helpt, conflicten voorkomt en oplost en een stuk sociale verantwoordelijkheid ontwikkelt. De leidster, de omgeving en het spelmateriaal spelen voor het groepsproces een belangrijke rol:

De leidster
Zij leidt de interacties van kinderen onderling in goede banen. Zo beleven de kinderen onderling veel positieve momenten met elkaar. Zij probeert vriendschappen en relaties te stimuleren en te ondersteunen en conflicten van kinderen te begeleiden of te corrigeren.

De omgeving en spelmateriaal
Er moeten zowel rustige plekken zijn als plekken waar ruimte is voor actie. Bijna alle activiteiten die met kleine of grote groepen kinderen plaatsvinden staan in het teken van het samen doen, praten, luisteren en werken. Samen plezier, pret of succes hebben, samen kunnen delen, wachten op je beurt en rekening houden met anderen.

Een goede balans
Er zijn zowel vaste groepsmomenten als momenten die de kinderen indvidueel invullen. Een goede balans is belangrijk voor de individuele en sociale ontwikkeling van het kind

Waarden en normen
Het vierde pedagogische doel is "Waarden en Normen".

De groep
In een groep doen zich veel leermomenten voor. Het voorbeeldgedrag van de leidster speelt een belangrijke rol bij de morele ontwikkeling van kinderen. Mede door haar reactie ervaren de kinderen de grenzen van goed en slecht, van mogen en moeten en dat anders ook gewoon is.

Omgangsvormen
De leidster geeft de gebruikelijke omgangsvormen aan. Zoals het elkaar met de naam aanspreken, op je beurt wachten of niet door elkaar praten.

Waardering voor diversiteit
Er is respect en waardering voor iedereen. Ieder kind is uniek en mag er zijn, ongeacht culturele of sociale achtergronden.

Respect voor je omgeving
Kinderen leren wat er mag en kan. Samen zorgen we ervoor dat de groepsruimte gezellig is en dat we wel rommel mogen maken, maar het dan ook weer gezamenlijk opruimen. Buiten mag je lekker rennen, maar niet in de groepsruimte enz.

PEDAGOGISCH WERKPLAN
Naast het Algemene Pedagogisch Beleidsplan heeft iedere locatie ook een Pedagogisch Werkplan. Het Pedagogisch Werkplan geeft praktisch handen en voeten aan het pedagogisch handelen in de praktijk. In grote lijnen is dat op elk kindercentrum hetzelfde. Accentverschillen maken het ene kindercentrum net even anders dan het andere;
- het gebruik van de ruimte
- de omgeving waar het kindercentrum is gesitueerd
- het werken met kindgerichte programma's
- de groepsindeling

PROTOCOLLEN
Naast deze pedagogische beleids- en werkplannen heeft SKE ook diverse protocollen en plannen ontwikkeld zoals:
Protocol medisch handelen
Protocol kindermishandeling
Protocol veilig slapen
Calamiteitenplan
De diverse pedagogische beleids- en werkplannen en protocollen zijn in te zien op onze locaties.

Stage over nieuw doen

Toen mijn begeleidster zei dat het mischien beter was omdat ik mijn 2e stage over moest doen, vond ik dit aan de ene kant heel erg, maar aan de andere ook wel weer een op luchting.

Ik hoefde mijn opdrachten niet meer te doen, ik dacht dat het zo me zelf wel heel makkelijk had gemaakt en mijn begeleidster zei dat ik zo niet moet denken.

Nu ben ik blij dat ik mijn stage over kan doen omdat ik me nu weer lekker in mijn vel voel.

Mijn begeleidster vind het jammer dat ik mijn opdrachten niet meer doe want het gaat nu zo goed dat ik anders mijn stage gewoon zou hebben gehaald.

Toen ik dit hoorde vond ik het wel jammer dat het anders wel had gehaald maar toch vind ik het wel fijn, omdat ik nu meer zelfvertrouwen heb om de volgende stage zo door te gaan.



woensdag 10 december 2008

Viering van Kerst op school

Op school moesten we in groepjes activiteiten gaan bedenken voor de doelgroep waar we mee werken, een paar voor kerst en een paar voor Sinterklaas.

Ik zat in groep je dat wat moest bedenken voor kerst, Sharon, Nicole L en Nicole S zaten bij mij in het groepje.

We zijn gaan bedenken wat we dan zouden kunnen doen met z'n vieren. Dit hebben we uit eindelijk bedacht:
-drinken van ranja en kerst schuimpjes er bij
- beschilderen of beplakken van onbreekbare kerstballen.

Sharon had voor onbreekbare kerstballen gezorgd en verder hadden we onderling de ranja, kerst schuimpjes en bekers mee genomen.

de uitvoering:
We begonnen met het drinken van ranja en kerstschuimpjes. We hebben toen de kerstballen en materialen uit gedeeld. We hebben de kinderen begeleid en complimentjes gegeven over wat ze aan het maken waren.
na de tijd hebben we samen opgeruimt en mochten ze even pauze nemen, omdat er na de tijd nog een groepje een activiteit wouden gaan doen.

maandag 10 november 2008

vinden van activiteiten voor baby's

Ik heb ervaren dat ik moeilijk activiteiten kon vinden om met baby's.
Nu heb ik een boekje gevonden in de bibliotheek, met de titel leuke spelletjes voor baby's van 1 tot 12 maanden.
Er worden verschillende fases van de kinderen aan gehouden:
- 0-3 maanden
- 3-6 maanden
- 6-9 maanden
- 9-12 maanden
Per fase wordt er uit gelegd waar de baby dan is met zijn ontwikkeling, maar ook waar de baby's op dat moment leuk en fijn vinden. Ik heb er een leuk spelletje uit gehaald die ik uit wou voeren. Dit spel heet knie-ritje.
hierbij kun je het liedje, op een grote paddestoel zingen en dan bewegingen er bij maken.
Ook kun je het liedje, een damespaard zingen en hiebij dan het ritme van je benen steeds veranderen.

Als jullie nog andere site's of boeken hebben gevonden willen jullie die dan erbij zetten, alvast bedankt.
En voor mensen die hier ook problemen mee hebben, je kunt altijd in de bibliotheek kijken of je daar wat vind.

Groetjes