Definitie van kindermishandeling:
Kindermishandeling is elke vorm van bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief, opdringen waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel. (Wet op de jeugdzorg, 2005)
Hieronder vallen ook verwaarlozing en onthouden van essentiële hulp, medische zorg en onderwijs en het getuige zijn van huiselijk geweld.
Vormen van kindermishandeling
Lichamelijk mishandeling
Er is sprake van lichamelijke mishandeling wanneer de verzorgers het kind verwonden.
Voorbeelden: de verzorger slaat en schopt het kind, de verzorger brandt het kind met een sigaret, bijten, snijden, dwingen om schadelijke stoffen in te nemen.
Lichamelijke verwaarlozing
De verzorger is niet in staat of bereid tot het verschaffen van minimale zorg t.a.v. de lichamelijke behoeften van een kind op een of meerdere gebieden: voeding, kleding, onderdak, bezoek aan arts en/tandarts, hygiëne.
Voorbeelden: de verzorger zorgt regelmatig niet voor eten voor de kinderen, het kind is vuil en heeft (langdurig en regelmatig) luizen, de verzorger zorgt niet voor een geschikte slaapplaats voor het kind. Het kind komt altijd met vieze luiers en heeft ernstige luieruitslag, het kind heeft medicijnen nodig, maar de verzorgers zorgen er niet voor dat het kind ze regelmatig krijgt, een kind wordt 's nachts vele uren alleen gelaten.
Emotionele mishandeling
Vrijwel alle vormen van kindermishandeling brengen negatieve emotionele/psychologische boodschappen over naar het kind.
Voorbeelden: de verzorger kleineert het kind vaak, er is sprake van partnergeweld, de verzorger geeft het kind de schuld van relatieproblemen, de verzorger staat geen vriendschap met leeftijdsgenootjes toe, het kind wordt achtergesteld bij andere kinderen uit het gezin, het kind wordt gepest, getreiterd, de verzorger houdt het kind vaak thuis om op jongere kinderen te passen; de verzorger is ervan op de hoogte dat het kind zich inlaat met illegale praktijken maar grijpt niet in; de verzorger verkoopt drugs in het bijzijn van het kind; het kind wordt ingeschakeld bij de verkoop van drugs.
Getuige zijn van huiselijk geweld: kinderen die opgroeien in een gewelddadig gezin, voelen de spanning, horen de kreten, zien de verwondingen, willen tussenbeide springen en kunnen daardoor ernstige psychische schade oplopen. Die kinderen leven in constante angst.
Emotionele verwaarlozing
Het ontzeggen van warmte, aandacht, respect, contact, nooit eens knuffelen.
Seksueel misbruik
De verzorger heeft seksueel contact met het kind, probeert dit te hebben of laat het kind kijken naar, ter bevrediging van de seksuele gevoelens van de betrokken verzorger en/of uit geldelijk gewin.
Voorbeelden: de verzorger laat het kind pornografisch materiaal zien, de verzorger betrekt het kind in wederzijdse masturbatie, de verzorger verkracht het kind.
Posts tonen met het label bibliotheek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bibliotheek. Alle posts tonen
maandag 15 december 2008
wat is een concultatiebureau??
Wat is een Consultatiebureau?
Er komt heel wat bij kijken om van baby naar volwassene goed te ontwikkelen. Het consultatiebureau is er voor om baby’s en kinderen tot ze naar school gaan daarbij zo goed mogelijk te ondersteunen. Consultatiebureaus maken deel uit van de jeugdgezondheidszorg in Nederland. De zorg wordt verleend aan kinderen van 0 tot 18 jaar.
Wat de consultatiebureaus allemaal moeten doen heeft de regering in een wet vastgelegd (Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid – WCPV). Daarin staat onder andere dat elk kind recht heeft op prikken tegen een aantal ziekten, zoals polio en mazelen, maar ook dat gekeken moet worden of het kind wel goed gaat lopen, goed Nederlands leert praten en begrijpen en dat een kind leert vrienden maken en wat voor gedrag het laat zien.
Bij al deze dingen zijn de ouders van het grootste belang. Zij kunnen dan ook met vragen en problemen terecht bij het consultatiebureau om het kind goed te ondersteunen. Ook kunnen ouders terecht met vragen over de verzorging of opvoeding. Wat kan u het beste doen aan het slechte eten of het onrustige slapen van uw kind? Wat te doen met het huilen, of dat drukke gedrag en het niet luisteren? Vragen die u als ouders allemaal wel kent. Daarnaast heeft het consultatiebureau veel informatie over welk speelgoed voor welke leeftijd geschikt is en bijvoorbeeld wat u kunt doen om uw kind veilig te laten opgroeien.
In Nederland hebben alle kinderen en hun ouders recht op ondersteuning bij het opgroeien en opvoeden van kinderen. De zorg en ondersteuning die een consultatiebureau geeft is daarom kosteloos.
Er komt heel wat bij kijken om van baby naar volwassene goed te ontwikkelen. Het consultatiebureau is er voor om baby’s en kinderen tot ze naar school gaan daarbij zo goed mogelijk te ondersteunen. Consultatiebureaus maken deel uit van de jeugdgezondheidszorg in Nederland. De zorg wordt verleend aan kinderen van 0 tot 18 jaar.
Wat de consultatiebureaus allemaal moeten doen heeft de regering in een wet vastgelegd (Wet Collectieve Preventie Volksgezondheid – WCPV). Daarin staat onder andere dat elk kind recht heeft op prikken tegen een aantal ziekten, zoals polio en mazelen, maar ook dat gekeken moet worden of het kind wel goed gaat lopen, goed Nederlands leert praten en begrijpen en dat een kind leert vrienden maken en wat voor gedrag het laat zien.
Bij al deze dingen zijn de ouders van het grootste belang. Zij kunnen dan ook met vragen en problemen terecht bij het consultatiebureau om het kind goed te ondersteunen. Ook kunnen ouders terecht met vragen over de verzorging of opvoeding. Wat kan u het beste doen aan het slechte eten of het onrustige slapen van uw kind? Wat te doen met het huilen, of dat drukke gedrag en het niet luisteren? Vragen die u als ouders allemaal wel kent. Daarnaast heeft het consultatiebureau veel informatie over welk speelgoed voor welke leeftijd geschikt is en bijvoorbeeld wat u kunt doen om uw kind veilig te laten opgroeien.
In Nederland hebben alle kinderen en hun ouders recht op ondersteuning bij het opgroeien en opvoeden van kinderen. De zorg en ondersteuning die een consultatiebureau geeft is daarom kosteloos.
zondag 14 december 2008
Het beleid van de SKE
Pedagogisch beleid
SKE vindt het belangrijk dat kinderen in de kinderopvang zich veilig en vertrouwd voelen en dat ze er met plezier gebruik van maken. Naast het opvangen en verzorgen van kinderen heeft de kinderopvang een opvoedende taak.
ALGEMEEN PEDAGOGISCH BELEIDSPLAN
De volgende 4 pedagogische basisdoelen heeft SKE nader uitgewerkt in het Algemeen Pedagogisch Beleidsplan.
- Het bieden van een gevoel van emotionele veiligheid.
- Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van persoonlijke competentie.
- Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van sociale competentie.
- De kans om zich waarden en normen eigen te maken.
Emotionele veiligheid
Het eerste pedagogische doel is "Emotionele Veiligheid". Het is belangrijk dat een kind zich veilig en vertrouwd voelt in de groep.
Een vast team van leidsters biedt stabiliteit en daarmee veiligheid. De kinderen weten waar ze aan toe zijn en wat ze van hen kunnen verwachten.
Voor de wat oudere kinderen is het aangaan van relaties en vriendschappen belangrijk. Als het kind weet dat zijn vriendje van het kindercentrum er ook is, draagt dit mede bij aan stabiliteit en daarmee aan de emotionele veiligheid.
Ook de ruimte is belangrijk. De omgeving in het kindercentrum is voorspelbaar en overzichtelijk. Het speelgoed ligt bijvoorbeeld op een vaste plek. Dit is voor de kinderen een vertrouwd uitgangspunt om op ontdekking te gaan.
De rituelen en dagindeling in de groep geven de kinderen houvast. Het ordent de dag en de kinderen weten waar ze aan toe zijn. Eerst samen een liedje zingen en daarna fruit eten!
Leidsters voelen een kind aan en reageren daarop; de zgn. sensitieve responsiviteit. Bij baby's reageren de leidsters bijvoorbeeld op lichaamstaal, houding en oogcontact. Deze interacties tussen leidster en kind zorgen ervoor dat het kind zich gesteund en begrepen voelt.
Persoonlijke competentie
Het tweede pedagogische doel is "Persoonlijke Competentie". Door te spelen leren kinderen veel. Kinderen ontdekken vanuit nieuwsgierigheid of behoefte. Het is belangrijk dat de omgeving van het kind daarvoor voldoende mogelijkheden biedt. Het kindercentrum als omgeving biedt 4 belangrijke elementen om de persoonlijke competentie te ontwikkelen:
De leidster
Zij stimuleert het kind in zijn spel en ontdekkingsreis, ze moedigt het kind aan, ze geeft complimentjes, ze stimuleert het kind om met de groep mee te doen. Ze maakt het kind bewust van eigen talenten en capaciteiten. Daarnaast ondersteunt ze het kind door het te troosten, te helpen, te oefenen.
De groep
Het kind speelt, maakt ruzie, sluit vriendschappen, eet en slaapt in de groep. Het is belangrijk dat het kind zich kan herkennen in een groep. De vaste vriendjes in de groep en het spelen en werken in kleine groepjes zorgen ervoor dat een kind zich binnen de groep veilig en gewaardeerd voelt.
Het spelmateriaal
Er is een gevarieerd aanbod van middelen en materialen aanwezig dat aansluit bij de behoefte van het kind. Het daagt kinderen uit om te oefenen en een stapje verder te gaan in hun creativiteit, talent, fantasie en doorzettingsvermogen.
Spelaanbod en activiteiten
Een gevarieerd aanbod van spel en activiteiten moet aansluiten bij de groep maar ook mogelijkheden bieden voor het individuele kind.
Sociale competentie
Het derde pedagogische doel is "Sociale Competentie". Het functioneren in de groep is een oefening om later in sociaal opzicht goed te kunnen functioneren in de samenleving. Het is belangrijk dat je je als mens in een ander kunt verplaatsen, dat je kan samenwerken, anderen helpt, conflicten voorkomt en oplost en een stuk sociale verantwoordelijkheid ontwikkelt. De leidster, de omgeving en het spelmateriaal spelen voor het groepsproces een belangrijke rol:
De leidster
Zij leidt de interacties van kinderen onderling in goede banen. Zo beleven de kinderen onderling veel positieve momenten met elkaar. Zij probeert vriendschappen en relaties te stimuleren en te ondersteunen en conflicten van kinderen te begeleiden of te corrigeren.
De omgeving en spelmateriaal
Er moeten zowel rustige plekken zijn als plekken waar ruimte is voor actie. Bijna alle activiteiten die met kleine of grote groepen kinderen plaatsvinden staan in het teken van het samen doen, praten, luisteren en werken. Samen plezier, pret of succes hebben, samen kunnen delen, wachten op je beurt en rekening houden met anderen.
Een goede balans
Er zijn zowel vaste groepsmomenten als momenten die de kinderen indvidueel invullen. Een goede balans is belangrijk voor de individuele en sociale ontwikkeling van het kind
Waarden en normen
Het vierde pedagogische doel is "Waarden en Normen".
De groep
In een groep doen zich veel leermomenten voor. Het voorbeeldgedrag van de leidster speelt een belangrijke rol bij de morele ontwikkeling van kinderen. Mede door haar reactie ervaren de kinderen de grenzen van goed en slecht, van mogen en moeten en dat anders ook gewoon is.
Omgangsvormen
De leidster geeft de gebruikelijke omgangsvormen aan. Zoals het elkaar met de naam aanspreken, op je beurt wachten of niet door elkaar praten.
Waardering voor diversiteit
Er is respect en waardering voor iedereen. Ieder kind is uniek en mag er zijn, ongeacht culturele of sociale achtergronden.
Respect voor je omgeving
Kinderen leren wat er mag en kan. Samen zorgen we ervoor dat de groepsruimte gezellig is en dat we wel rommel mogen maken, maar het dan ook weer gezamenlijk opruimen. Buiten mag je lekker rennen, maar niet in de groepsruimte enz.
PEDAGOGISCH WERKPLAN
Naast het Algemene Pedagogisch Beleidsplan heeft iedere locatie ook een Pedagogisch Werkplan. Het Pedagogisch Werkplan geeft praktisch handen en voeten aan het pedagogisch handelen in de praktijk. In grote lijnen is dat op elk kindercentrum hetzelfde. Accentverschillen maken het ene kindercentrum net even anders dan het andere;
- het gebruik van de ruimte
- de omgeving waar het kindercentrum is gesitueerd
- het werken met kindgerichte programma's
- de groepsindeling
PROTOCOLLEN
Naast deze pedagogische beleids- en werkplannen heeft SKE ook diverse protocollen en plannen ontwikkeld zoals:
Protocol medisch handelen
Protocol kindermishandeling
Protocol veilig slapen
Calamiteitenplan
De diverse pedagogische beleids- en werkplannen en protocollen zijn in te zien op onze locaties.
SKE vindt het belangrijk dat kinderen in de kinderopvang zich veilig en vertrouwd voelen en dat ze er met plezier gebruik van maken. Naast het opvangen en verzorgen van kinderen heeft de kinderopvang een opvoedende taak.
ALGEMEEN PEDAGOGISCH BELEIDSPLAN
De volgende 4 pedagogische basisdoelen heeft SKE nader uitgewerkt in het Algemeen Pedagogisch Beleidsplan.
- Het bieden van een gevoel van emotionele veiligheid.
- Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van persoonlijke competentie.
- Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van sociale competentie.
- De kans om zich waarden en normen eigen te maken.
Emotionele veiligheid
Het eerste pedagogische doel is "Emotionele Veiligheid". Het is belangrijk dat een kind zich veilig en vertrouwd voelt in de groep.
Een vast team van leidsters biedt stabiliteit en daarmee veiligheid. De kinderen weten waar ze aan toe zijn en wat ze van hen kunnen verwachten.
Voor de wat oudere kinderen is het aangaan van relaties en vriendschappen belangrijk. Als het kind weet dat zijn vriendje van het kindercentrum er ook is, draagt dit mede bij aan stabiliteit en daarmee aan de emotionele veiligheid.
Ook de ruimte is belangrijk. De omgeving in het kindercentrum is voorspelbaar en overzichtelijk. Het speelgoed ligt bijvoorbeeld op een vaste plek. Dit is voor de kinderen een vertrouwd uitgangspunt om op ontdekking te gaan.
De rituelen en dagindeling in de groep geven de kinderen houvast. Het ordent de dag en de kinderen weten waar ze aan toe zijn. Eerst samen een liedje zingen en daarna fruit eten!
Leidsters voelen een kind aan en reageren daarop; de zgn. sensitieve responsiviteit. Bij baby's reageren de leidsters bijvoorbeeld op lichaamstaal, houding en oogcontact. Deze interacties tussen leidster en kind zorgen ervoor dat het kind zich gesteund en begrepen voelt.
Persoonlijke competentie
Het tweede pedagogische doel is "Persoonlijke Competentie". Door te spelen leren kinderen veel. Kinderen ontdekken vanuit nieuwsgierigheid of behoefte. Het is belangrijk dat de omgeving van het kind daarvoor voldoende mogelijkheden biedt. Het kindercentrum als omgeving biedt 4 belangrijke elementen om de persoonlijke competentie te ontwikkelen:
De leidster
Zij stimuleert het kind in zijn spel en ontdekkingsreis, ze moedigt het kind aan, ze geeft complimentjes, ze stimuleert het kind om met de groep mee te doen. Ze maakt het kind bewust van eigen talenten en capaciteiten. Daarnaast ondersteunt ze het kind door het te troosten, te helpen, te oefenen.
De groep
Het kind speelt, maakt ruzie, sluit vriendschappen, eet en slaapt in de groep. Het is belangrijk dat het kind zich kan herkennen in een groep. De vaste vriendjes in de groep en het spelen en werken in kleine groepjes zorgen ervoor dat een kind zich binnen de groep veilig en gewaardeerd voelt.
Het spelmateriaal
Er is een gevarieerd aanbod van middelen en materialen aanwezig dat aansluit bij de behoefte van het kind. Het daagt kinderen uit om te oefenen en een stapje verder te gaan in hun creativiteit, talent, fantasie en doorzettingsvermogen.
Spelaanbod en activiteiten
Een gevarieerd aanbod van spel en activiteiten moet aansluiten bij de groep maar ook mogelijkheden bieden voor het individuele kind.
Sociale competentie
Het derde pedagogische doel is "Sociale Competentie". Het functioneren in de groep is een oefening om later in sociaal opzicht goed te kunnen functioneren in de samenleving. Het is belangrijk dat je je als mens in een ander kunt verplaatsen, dat je kan samenwerken, anderen helpt, conflicten voorkomt en oplost en een stuk sociale verantwoordelijkheid ontwikkelt. De leidster, de omgeving en het spelmateriaal spelen voor het groepsproces een belangrijke rol:
De leidster
Zij leidt de interacties van kinderen onderling in goede banen. Zo beleven de kinderen onderling veel positieve momenten met elkaar. Zij probeert vriendschappen en relaties te stimuleren en te ondersteunen en conflicten van kinderen te begeleiden of te corrigeren.
De omgeving en spelmateriaal
Er moeten zowel rustige plekken zijn als plekken waar ruimte is voor actie. Bijna alle activiteiten die met kleine of grote groepen kinderen plaatsvinden staan in het teken van het samen doen, praten, luisteren en werken. Samen plezier, pret of succes hebben, samen kunnen delen, wachten op je beurt en rekening houden met anderen.
Een goede balans
Er zijn zowel vaste groepsmomenten als momenten die de kinderen indvidueel invullen. Een goede balans is belangrijk voor de individuele en sociale ontwikkeling van het kind
Waarden en normen
Het vierde pedagogische doel is "Waarden en Normen".
De groep
In een groep doen zich veel leermomenten voor. Het voorbeeldgedrag van de leidster speelt een belangrijke rol bij de morele ontwikkeling van kinderen. Mede door haar reactie ervaren de kinderen de grenzen van goed en slecht, van mogen en moeten en dat anders ook gewoon is.
Omgangsvormen
De leidster geeft de gebruikelijke omgangsvormen aan. Zoals het elkaar met de naam aanspreken, op je beurt wachten of niet door elkaar praten.
Waardering voor diversiteit
Er is respect en waardering voor iedereen. Ieder kind is uniek en mag er zijn, ongeacht culturele of sociale achtergronden.
Respect voor je omgeving
Kinderen leren wat er mag en kan. Samen zorgen we ervoor dat de groepsruimte gezellig is en dat we wel rommel mogen maken, maar het dan ook weer gezamenlijk opruimen. Buiten mag je lekker rennen, maar niet in de groepsruimte enz.
PEDAGOGISCH WERKPLAN
Naast het Algemene Pedagogisch Beleidsplan heeft iedere locatie ook een Pedagogisch Werkplan. Het Pedagogisch Werkplan geeft praktisch handen en voeten aan het pedagogisch handelen in de praktijk. In grote lijnen is dat op elk kindercentrum hetzelfde. Accentverschillen maken het ene kindercentrum net even anders dan het andere;
- het gebruik van de ruimte
- de omgeving waar het kindercentrum is gesitueerd
- het werken met kindgerichte programma's
- de groepsindeling
PROTOCOLLEN
Naast deze pedagogische beleids- en werkplannen heeft SKE ook diverse protocollen en plannen ontwikkeld zoals:
Protocol medisch handelen
Protocol kindermishandeling
Protocol veilig slapen
Calamiteitenplan
De diverse pedagogische beleids- en werkplannen en protocollen zijn in te zien op onze locaties.
maandag 10 november 2008
vinden van activiteiten voor baby's
Ik heb ervaren dat ik moeilijk activiteiten kon vinden om met baby's.
Nu heb ik een boekje gevonden in de bibliotheek, met de titel leuke spelletjes voor baby's van 1 tot 12 maanden.
Er worden verschillende fases van de kinderen aan gehouden:
- 0-3 maanden
- 3-6 maanden
- 6-9 maanden
- 9-12 maanden
Per fase wordt er uit gelegd waar de baby dan is met zijn ontwikkeling, maar ook waar de baby's op dat moment leuk en fijn vinden. Ik heb er een leuk spelletje uit gehaald die ik uit wou voeren. Dit spel heet knie-ritje.
hierbij kun je het liedje, op een grote paddestoel zingen en dan bewegingen er bij maken.
Ook kun je het liedje, een damespaard zingen en hiebij dan het ritme van je benen steeds veranderen.
Als jullie nog andere site's of boeken hebben gevonden willen jullie die dan erbij zetten, alvast bedankt.
En voor mensen die hier ook problemen mee hebben, je kunt altijd in de bibliotheek kijken of je daar wat vind.
Groetjes
Nu heb ik een boekje gevonden in de bibliotheek, met de titel leuke spelletjes voor baby's van 1 tot 12 maanden.
Er worden verschillende fases van de kinderen aan gehouden:
- 0-3 maanden
- 3-6 maanden
- 6-9 maanden
- 9-12 maanden
Per fase wordt er uit gelegd waar de baby dan is met zijn ontwikkeling, maar ook waar de baby's op dat moment leuk en fijn vinden. Ik heb er een leuk spelletje uit gehaald die ik uit wou voeren. Dit spel heet knie-ritje.
hierbij kun je het liedje, op een grote paddestoel zingen en dan bewegingen er bij maken.
Ook kun je het liedje, een damespaard zingen en hiebij dan het ritme van je benen steeds veranderen.
Als jullie nog andere site's of boeken hebben gevonden willen jullie die dan erbij zetten, alvast bedankt.
En voor mensen die hier ook problemen mee hebben, je kunt altijd in de bibliotheek kijken of je daar wat vind.
Groetjes
maandag 7 april 2008
dit is een liedje dat ik bijna helemaal zelf heb bedacht( melodie van vader jakob)
Poets je tanden
Poets je tanden, poets je tanden
Tandpasta ,tandpasta
Op je tanden borstel, op je tanden borstel
Schrobben maar, nu is’t klaar
Kam je haren, kam je haren
Gel er in, gel er in
Ga maar lekker smeren, ga maar lekker smeren
Ben nu klaar, ben nu klaar
Poets je tanden
Poets je tanden, poets je tanden
Tandpasta ,tandpasta
Op je tanden borstel, op je tanden borstel
Schrobben maar, nu is’t klaar
Kam je haren, kam je haren
Gel er in, gel er in
Ga maar lekker smeren, ga maar lekker smeren
Ben nu klaar, ben nu klaar
vrijdag 25 januari 2008
kindertelefoon
De kindertelefoon
De Kindertelefoon is een organisatie met hele grote groep vrijwilligers die het belangrijk vinden dat er een plek is waar kinderen en jongeren hun verhaal kwijt kunnen. De vrijwilligers werken op verschillende plaatsen in Nederland vanachter de telefoon of chat.
Alle vrijwilligers volgen eerst een training waarin ze leren hoe ze met kinderen en jongeren kunnen praten via de telefoon en chat, met wat voor problemen de kinderen kunnen zitten en hoe ze samen met de kinderen kunnen nadenken over een oplossing.
De Kindertelefoon is een onderdeel van Bureau Jeugdzorg. Bureau Jeugdzorg is een organisatie waar ouders en kinderen naar toe kunnen als een probleem in een gezin niet met praten alleen kan worden opgelost.
De 15 Bureaus Jeugdzorg in Nederland zijn aangesloten bij de MOgroep. Dit is de brancheorganisatie voor de Jeugdzorg. De MOgroep heeft ook het Landelijk Bureau Kindertelefoon in huis. Daar worden de landelijke activiteiten van de kindertelefoon gecoördineerd.
Werkwijze
Als je met de Kindertelefoon belt of chat, kom je meteen in contact met een vrijwilliger. Je krijgt dus niet eerst een keuzemenu of een telefoniste die vraagt waar je voor belt. Je hoeft niet je naam te zeggen, want de Kindertelefoon is anoniem. Ook vertellen wij nooit iets door. De vrijwilligers van de Kindertelefoon komen niet naar je toe en zullen nooit contact met je opnemen.
Respect
De Kindertelefoon vindt respect voor kinderen heel belangrijk. Elk kind moet namelijk kunnen praten over een probleem. Maar wij vragen van kinderen om ook respectvol met ons om te gaan. Het is niet de bedoeling de Kindertelefoon te gebruiken voor verveling, voor ongein of gescheld. Daarmee houd je de lijn bezet voor kinderen die wel een serieuze vraag of probleem hebben.
Zo kan een gesprek verlopen
Kindertelefoon: Hallo met de Kindertelefoon, met ..........
Kind: Hallo
Kindertelefoon: Wil je iets vragen of vertellen?
Kind: Ja, ik ben bang dat mijn ouders gaan scheiden
Kindertelefoon: Oh jee, dat is nogal wat!En waardoor denk je dat ze gaan scheiden?
Kind: Ze maken al een tijd veel ruzie of ze zeggen juist een hele tijd niets tegen klaar en nu heb ik mijn moeder tegen mijn tante horen zeggen dat ze het niet meer trekt en weg wil gaan
Kindertelefoon: Hoe vond je dat om te horen?
Kind: Niet leuk
Kindertelefoon: Dat kan ik me voorstellen, vervelend zeg! Hebben je ouders er wel eens met jou over gepraat?
Kind: Nee, ze vertellen me helemaal niets. Ik hoor ze wel ruzie maken als ik in bed lig en dan moet ik huilen
Kindertelefoon: Je voelt je er dus erg verdrietig over?
Kind: Ja heel erg
Kindertelefoon: Heb je broers of zussen?
Kind: Nee
Kindertelefoon: Waar maken je ouders ruzie over?
Kind: Dat weet ik niet zo goed, wan ze schreeuwen dan wel, maar ik kan het niet goed verstaan
Kindertelefoon: En heb je hier met iemand over gepraat?
Kind: Nee dat durf ik niet, want straks krijgen mijn ouders daar ook ruzie over
Kindertelefoon: Lastig voor je zeg, dus je voelt je hierin ook eenzaam?
Kind: Ja
Kindertelefoon: Wat goed dat je dan de Kindertelefoon belt!
Kind: Dank je wel, het lucht ook erg op
Kindertelefoon: Dus als ik het goed begrijp, hebben je ouders vaak ruzie en ben je bang dat ze gaan scheiden en voel je je hierdoor erg verdrietig en alleen, klopt dat?
Kind: Ja dat klopt, ik denk nu dat ik er toch maar eens met mijn moeder over ga praten, misschien weet ik dan meer
Kindertelefoon: Dat klinkt als een goed idee, wat dapper van je!
Kind: Oké, dan moet ik nu gaan, want mijn moeder komt zo thuis
Kindertelefoon: Heel veel succes en sterkte hiermee!
Kind: Bedankt, doei!
Kindertelefoon: Doei!
De Kindertelefoon is een organisatie met hele grote groep vrijwilligers die het belangrijk vinden dat er een plek is waar kinderen en jongeren hun verhaal kwijt kunnen. De vrijwilligers werken op verschillende plaatsen in Nederland vanachter de telefoon of chat.
Alle vrijwilligers volgen eerst een training waarin ze leren hoe ze met kinderen en jongeren kunnen praten via de telefoon en chat, met wat voor problemen de kinderen kunnen zitten en hoe ze samen met de kinderen kunnen nadenken over een oplossing.
De Kindertelefoon is een onderdeel van Bureau Jeugdzorg. Bureau Jeugdzorg is een organisatie waar ouders en kinderen naar toe kunnen als een probleem in een gezin niet met praten alleen kan worden opgelost.
De 15 Bureaus Jeugdzorg in Nederland zijn aangesloten bij de MOgroep. Dit is de brancheorganisatie voor de Jeugdzorg. De MOgroep heeft ook het Landelijk Bureau Kindertelefoon in huis. Daar worden de landelijke activiteiten van de kindertelefoon gecoördineerd.
Werkwijze
Als je met de Kindertelefoon belt of chat, kom je meteen in contact met een vrijwilliger. Je krijgt dus niet eerst een keuzemenu of een telefoniste die vraagt waar je voor belt. Je hoeft niet je naam te zeggen, want de Kindertelefoon is anoniem. Ook vertellen wij nooit iets door. De vrijwilligers van de Kindertelefoon komen niet naar je toe en zullen nooit contact met je opnemen.
Respect
De Kindertelefoon vindt respect voor kinderen heel belangrijk. Elk kind moet namelijk kunnen praten over een probleem. Maar wij vragen van kinderen om ook respectvol met ons om te gaan. Het is niet de bedoeling de Kindertelefoon te gebruiken voor verveling, voor ongein of gescheld. Daarmee houd je de lijn bezet voor kinderen die wel een serieuze vraag of probleem hebben.
Zo kan een gesprek verlopen
Kindertelefoon: Hallo met de Kindertelefoon, met ..........
Kind: Hallo
Kindertelefoon: Wil je iets vragen of vertellen?
Kind: Ja, ik ben bang dat mijn ouders gaan scheiden
Kindertelefoon: Oh jee, dat is nogal wat!En waardoor denk je dat ze gaan scheiden?
Kind: Ze maken al een tijd veel ruzie of ze zeggen juist een hele tijd niets tegen klaar en nu heb ik mijn moeder tegen mijn tante horen zeggen dat ze het niet meer trekt en weg wil gaan
Kindertelefoon: Hoe vond je dat om te horen?
Kind: Niet leuk
Kindertelefoon: Dat kan ik me voorstellen, vervelend zeg! Hebben je ouders er wel eens met jou over gepraat?
Kind: Nee, ze vertellen me helemaal niets. Ik hoor ze wel ruzie maken als ik in bed lig en dan moet ik huilen
Kindertelefoon: Je voelt je er dus erg verdrietig over?
Kind: Ja heel erg
Kindertelefoon: Heb je broers of zussen?
Kind: Nee
Kindertelefoon: Waar maken je ouders ruzie over?
Kind: Dat weet ik niet zo goed, wan ze schreeuwen dan wel, maar ik kan het niet goed verstaan
Kindertelefoon: En heb je hier met iemand over gepraat?
Kind: Nee dat durf ik niet, want straks krijgen mijn ouders daar ook ruzie over
Kindertelefoon: Lastig voor je zeg, dus je voelt je hierin ook eenzaam?
Kind: Ja
Kindertelefoon: Wat goed dat je dan de Kindertelefoon belt!
Kind: Dank je wel, het lucht ook erg op
Kindertelefoon: Dus als ik het goed begrijp, hebben je ouders vaak ruzie en ben je bang dat ze gaan scheiden en voel je je hierdoor erg verdrietig en alleen, klopt dat?
Kind: Ja dat klopt, ik denk nu dat ik er toch maar eens met mijn moeder over ga praten, misschien weet ik dan meer
Kindertelefoon: Dat klinkt als een goed idee, wat dapper van je!
Kind: Oké, dan moet ik nu gaan, want mijn moeder komt zo thuis
Kindertelefoon: Heel veel succes en sterkte hiermee!
Kind: Bedankt, doei!
Kindertelefoon: Doei!
wat zijn kinderziekten
Wat zijn kinderziekten?
Veel ziekten komen voortdurend voor onder de bevolking en zijn zo besmettelijk dat kinderen bij een eerste contact de ziekte krijgen. Daarom worden ze kinderziekten genoemd.Het lichaam vormt bij het eerste contact antistoffen, waardoor een tweede keer ziek worden zelden of nooit voorkomt.
Bijna ieder kind heeft wel eens vlekjes of blaasjes op de huid. Vaak betreft het één van de bekende kinderziekten. Deze ziekten zijn meestal het gevolg van een besmetting met een virus of bacterie.
Virale kinderziekten zijn: bof, mazelen, rode hond, vijfde ziekte, waterpokken en zesde ziekte.Bacteriële kinderziekten zijn: kinkhoest, hersenvliesontsteking en roodvonk.De tijd tussen het binnendringen van de ziektekiemen en de eerste ziekteverschijnselen noemen we de incubatietijd. Infecties met bacteriën kunnen doorgaans bestreden worden met medicijnen. Tegen virussen bestaan geen geneesmiddelen, maar het is mogelijk de natuurlijke afweer tegen een virus een handje te helpen door een inenting.
Veel ziekten komen voortdurend voor onder de bevolking en zijn zo besmettelijk dat kinderen bij een eerste contact de ziekte krijgen. Daarom worden ze kinderziekten genoemd.Het lichaam vormt bij het eerste contact antistoffen, waardoor een tweede keer ziek worden zelden of nooit voorkomt.
Bijna ieder kind heeft wel eens vlekjes of blaasjes op de huid. Vaak betreft het één van de bekende kinderziekten. Deze ziekten zijn meestal het gevolg van een besmetting met een virus of bacterie.
Virale kinderziekten zijn: bof, mazelen, rode hond, vijfde ziekte, waterpokken en zesde ziekte.Bacteriële kinderziekten zijn: kinkhoest, hersenvliesontsteking en roodvonk.De tijd tussen het binnendringen van de ziektekiemen en de eerste ziekteverschijnselen noemen we de incubatietijd. Infecties met bacteriën kunnen doorgaans bestreden worden met medicijnen. Tegen virussen bestaan geen geneesmiddelen, maar het is mogelijk de natuurlijke afweer tegen een virus een handje te helpen door een inenting.
donderdag 15 november 2007
Wat te doen bij weigering van de fles?
Wat te doen bij weigering van de fles?
Als moeders na een paar maanden weer kunnen werken dan moeten de baby's op een aan de fles dit willen ze niet omdat ze gewend zijn aan de borst van hun moeder.
Dit is te voorkomen door de baby's al eerder te laten wennen aan de fles. Het is niet voldoende om dit maar een paar keer te doen. De baby's kunnen het gemakkelijk leren maar willen na 3 maand toch liever bij hun moeder drinken.
De baby's leren onbewust dat hun manier van eten veranderd. maar veel baby's vinden het toch fijner om bij hun moeder te drinken.
Je kunt dit alleen maar berijkt door genoeg doorzettingsvermogen te hebben. Uit eindelijk zullen de Baby's gaan drinken uit de fles maar dit kan een helletijd gaan duren.
je moet regelmaatig de fles aan bieden, dit kun je doen door er een spelletje van te maken hierdoor kun je de baby verleiden om te gaan drinken. Als de baby boos word als iemand met de fles aan komt dan kun je het beste een tijd je stoppen en dan weer van voor af aan beginnen met het flesje.
Als je boos wordt op de baby omdat hij niet uit de fles wil drinken dan zal hij nog meer weerstand geven. De baby drink gewoon het liefste bij zijn eigen moeder.
Het is vervelend voor de moeders want die moeten werken. Maar de moeders kunnen het dan aan hun werkgevers of aan de bedrijfsarts. de moeders kunnen dan samen met de werkgever voor een oplossing gaan zoeken. Een voorbeeld van een oplossing is dat de moeders een tijdje thuis moeten blijven tot dat de baby's aan de fles zijn.
van deze site heb ik deze informatie gehaald
http://www.ouders.nl/lacta/bv0203.htm
groetjes Debbie
Als moeders na een paar maanden weer kunnen werken dan moeten de baby's op een aan de fles dit willen ze niet omdat ze gewend zijn aan de borst van hun moeder.
Dit is te voorkomen door de baby's al eerder te laten wennen aan de fles. Het is niet voldoende om dit maar een paar keer te doen. De baby's kunnen het gemakkelijk leren maar willen na 3 maand toch liever bij hun moeder drinken.
De baby's leren onbewust dat hun manier van eten veranderd. maar veel baby's vinden het toch fijner om bij hun moeder te drinken.
Je kunt dit alleen maar berijkt door genoeg doorzettingsvermogen te hebben. Uit eindelijk zullen de Baby's gaan drinken uit de fles maar dit kan een helletijd gaan duren.
je moet regelmaatig de fles aan bieden, dit kun je doen door er een spelletje van te maken hierdoor kun je de baby verleiden om te gaan drinken. Als de baby boos word als iemand met de fles aan komt dan kun je het beste een tijd je stoppen en dan weer van voor af aan beginnen met het flesje.
Als je boos wordt op de baby omdat hij niet uit de fles wil drinken dan zal hij nog meer weerstand geven. De baby drink gewoon het liefste bij zijn eigen moeder.
Het is vervelend voor de moeders want die moeten werken. Maar de moeders kunnen het dan aan hun werkgevers of aan de bedrijfsarts. de moeders kunnen dan samen met de werkgever voor een oplossing gaan zoeken. Een voorbeeld van een oplossing is dat de moeders een tijdje thuis moeten blijven tot dat de baby's aan de fles zijn.
van deze site heb ik deze informatie gehaald
http://www.ouders.nl/lacta/bv0203.htm
groetjes Debbie
woensdag 10 oktober 2007
thematafel

Hallo allemaal
Deze week moetsen sharon en ik een thematafel maken met het thema tellen. hier boven kun je zien hoe de tafel is geworden.
We hebben samen allemaal dingen gezocht die met tellen te maken hebben zoals prenteboekjes, kassa we zochten ook een telraam maar die konden we nergens vinden dit vonden we jammer omdat het goed bij het thema paste, Sharon heeft de plaat aan de muur gemaakt en ik heb de cijfers gemaakt die aan het draad hangen we hebben ook hazelnootjes gezocht om die te gebruiken als een voorbeeld voor tellen. Als activiteit doen wij dat de kinderen een blaadje krijgen met daar verschillende aantalen stippen op en dat ze dan het zelfde aantal aan vormpjes moet en op plakken bv. er staan 3 stipjes dan moeten ze ook 3 vierkantjes op plakken. Deze opdracht gaan we vrijdag doen met de klas. Ik hoop dat jullie de tafel leuk vinden en als jullie hem in het echt willen zien dan moeten jullie voor vrijdag 12 oktober voor half 3 kijken anders is hij weg en staan jullie voor een mischien wel een andere gedekte tafel of zelfs lege tafel!!
Groetjes Debbie Winters
donderdag 4 oktober 2007
Gastles BSO
hallo allemaal
vandaag hebben we een gastles gehadt over de BSO. veel mensen hebben vooroordelen over de BSO want veel mensen denken dat oudere kinderen humeurig, brutaal zijn en dat ze niet luisteren maar dat is juist niet waar want de kinderen kunnen ook lief zijn en je ontvangt er veel knuffels, er zijn ook veel voordelen van de BSO bijvoorbeeld:
je hoeft geen luiers te verschonen want de kinderen zijn al zinderlijk, de kinderen hebben ook minder verzorging nodig en hierdoor is er meer tijd voor leuke dingen en er wordt meer gelet op hun ontwikkeling, de kinderen zijn ook zelfstandig je kunt ze onder een activiteit gewoon even alleen laten als je iets tussen door moet doen. ze kunnen zelf ook hun eigen brood smeren.
Elke dag op de BSO ziet er anders uit omdat er steeds andere thema's worden gebruikt om de kinderen te vermaken (voorbeelden van thema's: carnaval, Sinterklaas, film , ziekenhuis). ook wordt er op de BSO in gespeeld op de interesse van de kinderen.
de kinderen worden na schooltijd lopend op gehaald door begeleidsters en dit doet ze lopend, als ze daar zijn gaan de kinderen eerst iets drinken en dan gaan ze activiteiten doen.
als er een kind jarig is dan word hun verjaardag daar ook gevierd er word dan gezongen en dan mag de jarige op een hoge stoel staan en krijgt dan een verjaardagsmuts op.
er zijn verschillende hoeken op de BSO zodat er voor iedereen iets naar keuze is te doen.
in de verkanties vervelen de kinderen zich nooit omdat er dan met thema's wordt gewerkt hierdoor zijn alle vakanties weer anders.
vandaag hebben we een gastles gehadt over de BSO. veel mensen hebben vooroordelen over de BSO want veel mensen denken dat oudere kinderen humeurig, brutaal zijn en dat ze niet luisteren maar dat is juist niet waar want de kinderen kunnen ook lief zijn en je ontvangt er veel knuffels, er zijn ook veel voordelen van de BSO bijvoorbeeld:
je hoeft geen luiers te verschonen want de kinderen zijn al zinderlijk, de kinderen hebben ook minder verzorging nodig en hierdoor is er meer tijd voor leuke dingen en er wordt meer gelet op hun ontwikkeling, de kinderen zijn ook zelfstandig je kunt ze onder een activiteit gewoon even alleen laten als je iets tussen door moet doen. ze kunnen zelf ook hun eigen brood smeren.
Elke dag op de BSO ziet er anders uit omdat er steeds andere thema's worden gebruikt om de kinderen te vermaken (voorbeelden van thema's: carnaval, Sinterklaas, film , ziekenhuis). ook wordt er op de BSO in gespeeld op de interesse van de kinderen.
de kinderen worden na schooltijd lopend op gehaald door begeleidsters en dit doet ze lopend, als ze daar zijn gaan de kinderen eerst iets drinken en dan gaan ze activiteiten doen.
als er een kind jarig is dan word hun verjaardag daar ook gevierd er word dan gezongen en dan mag de jarige op een hoge stoel staan en krijgt dan een verjaardagsmuts op.
er zijn verschillende hoeken op de BSO zodat er voor iedereen iets naar keuze is te doen.
in de verkanties vervelen de kinderen zich nooit omdat er dan met thema's wordt gewerkt hierdoor zijn alle vakanties weer anders.
Abonneren op:
Posts (Atom)